In het eerste halfjaar van 2025 hebben zonnepanelen in België al duidelijk méér elektriciteit opgewekt dan in 2024. Uit de maandcijfers blijkt dat het verschil met vorig jaar opliep van bescheiden marges in de winter tot aanzienlijke verbeteringen in het voorjaar en de zomer. In totaal ligt de zoninstraling in 2025 tot nu toe 35% hoger dan in 2024.
Let op: De zoninstraling geeft aan hoeveel zonnestraling (energie per m²) een oppervlak ontvangt, maar dat zegt nog niets over de daadwerkelijke opbrengst van uw zonnepanelen.
In bijna alle maanden lag de zoninstraling in 2025 duidelijk hoger dan in 2024, met uitzondering van januari waar een lichte daling zichtbaar was. Vanaf februari volgde echter een sterke stijging, met bijna een verdubbeling. In maart en april was er een forse groei tot 103,7 en 149 kWh/m², en in mei zelfs 168,5 kWh/m². Ook juni en juli lieten aanzienlijke toenames zien van 38% en bijna 20%. Kortom, na een trage start in januari presteerde 2025 duidelijk beter, met vooral in het voorjaar en de vroege zomer een sterk hogere zoninstraling dan in 2024.
De groei is grotendeels te danken aan het uitzonderlijke weer en het aantal zonne-uren, dat al 51% hoger lag dan op hetzelfde moment in 2024. Daarnaast blijft ook de geïnstalleerde capaciteit aan zonnepanelen toenemen, zij het minder snel dan in de voorbije jaren. Volgens cijfers van netbeheerder Elia bedraagt de productiecapaciteit inmiddels bijna 11,4 gigawatt. Dat is bijna anderhalve keer zoveel als eind 2020.
Het belang van zonnepanelen in de Belgische elektriciteitsproductie lag nooit hoger dan in de voorbije maanden. Zowel in juni als in juli was bijna een kwart van de binnenlandse productie afkomstig van zonnepanelen, aanzienlijk meer dan in dezelfde maanden vorig jaar. Ook in de eerste dagen van augustus zet dat zonnige beeld zich nadrukkelijk verder.
Over het hele jaar bekeken is de zon voorlopig goed voor ruim 17 procent van alle in België geproduceerde elektriciteit. Daarmee komen zonnepanelen almaar dichter in de buurt van de gascentrales. Die zijn dit jaar tot nu toe goed voor net geen 19 procent van het totaal, en blijven vooral in de winter bij gebrek aan zon en/of wind cruciaal.