Veelgestelde vragen

Hier vindt u een antwoord op veelgestelde vragen. Staat de informatie die u zoekt hier niet? Contacteer ons! We helpen u graag verder.

Zijn zonnepanelen nog rendabel zonder groenestroomcertificaten?

Ja. Zowel economisch als ecologisch zijn zonnepanelen een goede keuze. De laatste jaren is de prijs van de panelen sterk gedaald, wat de investering kleiner maakt en de terugverdientijd verkort. Een gemiddelde installatie is op ongeveer 8 jaar terugverdiend. Met een levensduur van minimum 25 jaar bent u dus 17 jaar lang zeker van extra besparingen. In deze berekening werd zowel het prosumententarief als het vervangen van de omvormer meegerekend.

Zijn zonnepanelen ook rendabel nu de digitale teller ingevoerd zal worden?

Ja. Wie zonnepanelen heeft of er plaatst voor eind 2020, behoudt minstens tot 15 jaar na plaatsing het voordeel van de terugdraaiende teller. Als je dus zonnepanelen hebt laten plaatsen in 2015, kun je zeker tot 2030 gebruik maken van de terugdraaiende teller.

Voor nieuwe installaties komt er vanaf 2021 een compensatieregeling. Wat deze regeling zal inhouden is nog niet geheel duidelijk, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat het plaatsen van zonnepanelen minder aantrekkelijk gemaakt zal worden. Prosumenten die nog recht hebben op de terugdraaiende teller zullen zelf kunnen kiezen of ze overstappen naar de nieuwe regeling of niet. Dit lijkt vooral interessant voor mensen die op jaarbasis meer energie opwekken dan ze verbruiken en dus elektriciteit produceren waar ze geen compensatie voor krijgen.

Wat als ik nog geen terugdraaiende teller heb?

Indien u geen terugdraaiende teller hebt maar wel zonnepanelen wilt plaatsen, moet u volgende procedure volgen:

Infrax komt uw teller kosteloos vervangen op voorwaarde dat:
– de panelen geplaatst zijn
– de installatie gekeurd is
– de installatie in werking is

Bron: Infrax

Werken zonnepanelen alleen bij zonnig weer?

Nee, het gaat om het zonlicht, en dat is er ook bij bewolking. In de zomer genereert u wel meer opbrengst omdat de zon feller schijnt.

Wat betekent de afkorting Wp?

Wattpiek (Wp) is een meeteenheid voor de capaciteit van fotovoltaïsche cellen om zonne-energie in elektriciteit om te zetten. Eén wattpiek is de productie van een elektrisch vermogen van 1 watt (W) onder standaardomstandigheden (STC, Standard Test Conditions). Hoe hoger het aantal Wattpiek, hoe meer elektriciteit het zonnepaneel zal opwekken.

Hoe ecologisch zijn zonnepanelen?

Het positieve effect van zonne-energie als duurzame energiebron overstijgt de negatieve impact van de productie van zonnepanelen. Dit geldt zowel voor het verbruik van energie als voor de uitstoot van CO2 tijdens de productie. Dit blijkt uit een uitgebreide studie van de Universiteit Utrecht in samenwerking met collega’s van de Rijksuniversiteit Groningen en de Technische Universiteit Eindhoven.

Daarnaast zal het voordeel tussen milieuopbrengst en milieukosten nog groeien, omdat de productie en technologie van zonnepanelen nog volop in ontwikkeling zijn.

Chinese zonnepanelen die hier geplaatst worden, zijn volgens dit onderzoek bijna dubbel zo vervuilend dan modules die in Europa gemaakt worden.

Is elk dak geschikt voor zonnepanelen?

Oriëntatie:
Als het dakvlak van uw woning naar het noorden georiënteerd is, is het niet rendabel om zonnepanelen te plaatsen. In alle andere gevallen zijn zonnepanelen wel een goed idee.

diagram instraling van de zon

Dakbedekking:
Zonnepanelen kunnen zowel op een plat als een hellend dak geïnstalleerd worden. Ook het type dakbedekking (pannen, leien, … ) maakt in principe niets uit. Het dak moet wel voldoende geïsoleerd zijn en het gewicht van de zonnepanelen kunnen dragen.

De meeste huizen zijn dus geschikt voor zonnepanelen. Toch zijn er altijd uitzonderingen. Bij twijfel kunt u ons altijd contacteren. Onze energie-experts komen vrijblijvend bij u langs om de mogelijkheden te overlopen.

Wat is de levensduur van een zonnepaneleninstallatie?

De zonnepanelen moeten minimum 25 jaar meegaan. In deze periode zal de omvormer wel vervangen moeten worden. De levensduur van een omvormer is ongeveer 12 jaar.

In praktijk verwachten we dat onze installaties ook na 25 jaar nog rendabel zijn. Het is echt een investering op lange termijn.

Kunnen zonnepanelen extreme weersomstandigheden aan?

Ja, onze zonnepanelen zijn uitgebreid getest op extreme koude en hitte, allerlei soorten neerslag en corrosie. Dat geldt ook voor alle andere onderdelen, zoals het frame waarop de panelen gemonteerd worden en de bekabeling. Die is zelfs voorzien van een speciaal geurtje waardoor de kabels niet aantrekkelijk zijn voor knaagdieren. En mocht er een paneel door neerslag (behalve hagel) beschadigd raken, dan valt dat onder uw productgarantie.

Heb ik met zonnepanelen meer kans op blikseminslag?

Nee, een dak met zonnepanelen trekt niet meer bliksem aan dan een dak zonder zonnepanelen.

Hoe zijn jullie garantievoorwaarden?

In één woord: goed. Wij werken voor zonnepaneleninstallaties alléén met topmaterialen die zeer uitgebreid getest zijn. Onze producenten zijn geen contacten die duizenden kilometers van ons vandaan zitten, maar we kennen hen persoonlijk. En zij kennen hun producten door en door en bieden daarom uitstekende garanties voor het product zelf én voor de energieopbrengst.

De productgaranties voor zonnepaneleninstallaties lopen van 10 tot 25 jaar. De garantie voor energieopbrengst gaat tot 25 jaar, en wordt verdeeld in meerdere perioden. Dit houdt in dat u de garantie hebt dat íeder zonnepaneel een bepaald percentage van de geschatte opbrengst van het eerste jaar behaalt. Een voorbeeld:

Jaar 1 tot en met jaar 5 van de garantieperiode: 95%
Jaar 6 tot en met jaar 10 van de garantieperiode: 90%
Jaar 11 tot en met jaar 15 van de garantieperiode: 87%
Jaar 16 tot en met jaar 20 van de garantieperiode: 83%
Jaar 21 tot en met jaar 25 van de garantieperiode: 80%

De garanties kunnen verschillen naargelang de fabrikant van de panelen/omvormer. Meer informatie vindt u op de datasheets van de producten.

Hoelang duurt de installatie?

Normaal gezien duurt de plaatsing van een residentiële zonnepaneleninstallatie één dag. Op het einde van de dag kunt u al van uw eigen groene stroom genieten.

Moet ik mijn dak eerst isoleren voordat ik zonnepanelen plaats?

In Vlaanderen geldt een verplichting om het dak te isoleren als men zonnepanelen plaatst. Het is ook het slimste idee. Isolatie zorgt voor een onmiddellijke energiewinst en er zijn nog steeds premies en belastingvermindering voorzien.

Heb ik een bouwvergunning nodig voor het installeren van zonnepanelen?

In principe moet er een vergunning aangevraagd worden, maar sinds 2010 zijn er vrijstellingen ingevoerd waardoor het aanvragen van een vergunning nog maar heel zelden noodzakelijk is. U hoeft geen vergunning aan te vragen in de volgende gevallen:

  • De plaatsing van zonnepanelen op een plat dak, waarbij de panelen maximaal 1 meter boven de dakrand uitsteken.
  • De plaatsing van zonnepanelen op een hellend dak, waarbij de panelen boven op de dakbedekking gemonteerd worden, in dezelfde hellingsgraad ertegen of enkele centimeters boven de dakbedekking.
  • De plaatsing van zonnepanelen tussenin of ter vervanging van de huidige dakbedekking.
  • De plaatsing van zonnepanelen op het dak van beschermd erfgoed, mits u beschikt over een machtiging van het Agentschap Ruimte en Erfgoed.

Aan deze vrijstellingen zijn wel enkele voorwaarden gekoppeld:

  • De zonnepaneleninstallatie mag niet nadrukkelijk verboden worden in lokaal geldende stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
  • Ook geldt de vrijstelling niet als er sprake is van een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening die is goedgekeurd door de gemeenteraad en deputatie. Dan geldt er een meldingsplicht. Dit houdt in dat u de zonnepanelen minstens 20 dagen vóór de plaatsing moet doorgeven aan uw gemeente.

U kunt bij uw gemeente nagaan of een van deze situaties op u van toepassing is. U vindt meer informatie op de website van de dienst Ruimtelijke Ordening.

Hoe moet ik mijn zonnepaneleninstallatie aanmelden?

Vanaf 1 juni 2017 kan Intellisol de aanmelding van uw zonnepaneleninstallatie terug in orde brengen. Hiervoor moest u dit zelf doen bij Infrax/Eandis. Lees hier meer.

Kan ik bij jullie een verzekering afsluiten voor mijn zonnepaneleninstallatie?

Jazeker, contacteer ons voor meer informatie

Ik produceer meer energie dan ik verbruik. Is dit een probleem?

Probleem is een groot woord. Als u groenstroomcertificaten ontvangt, levert het u natuurlijk ook opbrengsten op. Maar het is wel een gemiste kans, omdat u die gratis energie niet in uzelf investeert. Dat kan bijvoorbeeld met een warmtepompboiler. Als u het overschot aan gratis energie in een warmtepompboiler steekt, profiteert u uiteindelijk ook van gratis warm water.

Ik wek niet op wat jullie mij verzekerden met de opbrengstgarantie. En nu?

Neem contact met ons op en wij analyseren de situatie. Als wij geen juiste berekening hebben gemaakt, zorgen we voor een gratis oplossing waardoor u toch de gegarandeerde opbrengst opwekt.

Mijn installatie brengt minder op tijdens warme zomerdagen, hoe komt dit?

Het lijkt tegenstrijdig, maar zonnepanelen hebben niet het hoogste rendement tijdens warme zomerdagen. Het vele zonlicht is positief voor de opbrengst, maar de warmte zorgt ervoor dat de elektrische verliezen toenemen.

Het aantal Wattpiek van een zonnepaneel wordt bepaald onder standaard testcondities waarbij de zonnecellen 25°C warm zijn. In de praktijk worden de cellen echter al snel 45°C  bij een buitentemperatuur van 20°C. Op warme dagen kan dit zelfs stijgen tot 70°C en meer. De elektrische onderdelen in een zonnepaneel presteren minder bij zulke hitte, en daardoor daalt het rendement. Bij de meeste zonnepanelen is de daling ongeveer 0,4% per graad boven de 25°C. Als de zonnecellen 70°C worden, komt dit neer op een verlies van 18%.

Ook de levensduur en prestaties van de omvormer worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur. Wij raden dan ook steeds aan om deze in een koele ruimte zoals de kelder te plaatsen in plaats van op een warme zolder.

Koude zonnige dagen zijn dus in principe beter voor het rendement van uw zonnepanelen, maar in de winter is het aantal zonne-uren en de stralingskracht van de zon natuurlijk wel veel lager dan in de zomer.

Leveren mijn zonnepanelen elektriciteit bij een stroomonderbreking?

In de meeste gevallen niet. Enkel als uw installatie naast het elektriciteitsnet ook aangesloten is op een batterijsysteem kunnen de zonnepanelen blijven werken. En dan hangt het ook nog van het batterijsysteem af. Vraag dit zeker na bij uw installateur.

Hoe zit het met de groenestroomcertificaten en andere subsidies?

Een zonnepaneleninstallatie wekt energie op die in kilowatt (kW) wordt gemeten. 1000 kilowatt is een kilowattuur (kWh). Per 1000 kWh ontvangen eigenaars van een zonnepaneleninstallatie overheidssteun, in de vorm van een groenestroomcertificaat waaraan een bepaald bedrag is gekoppeld. Het certificaat en bijbehorend bedrag staan vast voor de betreffende investeerder. Wie in het verleden een installatie kocht, profiteert 20 jaar lang van hetzelfde bedrag per 1000 kWh, ook al worden de certificaten verlaagd. Die lagere certificaten gelden alleen voor nieuwe investeerders.

Wie na 1 augustus 2012 een zonnepaneleninstallatie in bedrijf laat stellen, ontvangt een certificaat van € 90 per 1000 kWh voor een periode van 10 jaar.

Let op! Nieuwe zonnepanelen van maximaal 10 kW die gekeurd worden vanaf 14 juni 2015 krijgen geen groenestroomcertificaten.

Sommige gemeenten geven nog andere subsidies op zonnepaneleninstallaties. Benieuwd of dat ook voor uw gemeente geldt? Kijk dan op www.hetportaal.be, www.bouwenenwonen.be of www.energiesparen.be.

Krijg ik het groenestroomcertificaat automatisch of moet ik daar iets voor doen?

Als u 1000 kWh hebt opgewekt, dient u dat zelf door te geven aan de VREG. Dat doet u door te surfen naar http://certificatenbeheer.vreg.be en in te loggen met uw gebruikersnaam en wachtwoord dat u ontving bij de aanmelding van uw zonnepaneleninstallatie.

Vanaf november 2016 moet alles doorgegeven worden aan de netbeheerder, en niet meer aan de VREG!

Hoe moet ik mijn zonnepanelen onderhouden?

Er bestaat veel onenigheid over het feit of zonnepanelen regelmatig gereinigd moeten worden of niet. Hier zijn onze bevindingen gebaseerd op onze jarenlange ervaring als installateur van zonnepaneleninstallaties.

Niet elke installatie is hetzelfde:
Het onderhoud dat nodig is kan afhangen van het type/merk van het paneel. Er bestaan bijvoorbeeld ‘zelfreinigende panelen’. Er zijn ook andere factoren die een grote invloed hebben:
* De hellingshoek van de panelen is heel belangrijk. Hoe steiler de hoek, hoe minder vuil er kan achterblijven.
* De omgeving rond de installatie kan voor meer/minder vuil zorgen. Een bosrijke omgeving zorgt bijvoorbeeld voor meer vuil (stuifmeel, bladeren). Woningen die langs een drukke weg liggen, gezinnen die zelf verwarmen met een houtkachel of allesbrander of buren hebben aan de zuid (west) kant die hiermee verwarmen, plaatsen waar veel vogels hun uitwerpselen achterlaten op het ​dak, … Deze situaties zijn een ideale voedingsbodem voor algen en korstmossen. Dit komt omdat de neerslag van ammoniak en de uitstoot van nitriet en andere uitstootgassen zorgen voor een minuscule kleeflaag op de glasplaat van de zonnepanelen waar de zelfreinigende werking van deze glasplaat géén vat op heeft.

Doe regelmatig een visuele check. Hiervoor hoeft u niet noodzakelijk het dak op te kruipen, de panelen nakijken van op de grond kan al voldoende zijn. Let er vooral op of het vuil voor een langere periode achterblijft, ook na regenachtige dagen. Normaal gezien spoelt de regen het meeste vuil weg, maar dingen als vogelpoep kunnen hardnekkiger zijn.

Let vooral op de onderkant van de glasplaat van de modules. Bij sommige panelen kan er zich vuil ophopen aan de metalen rand van het frame. Op zich is dit niet erg, maar op dit vuil kunnen mossen zich ontwikkelen. Na enige tijd zou het mos de onderste cellen van een paneel kunnen bedekken. Dit zorgt voor schaduw, waardoor het rendement daalt. Als dit het geval is, kunt u de laag vuil en mos best wegvegen met een oude wollen dweil. Indien uw dak moeilijker bereikbaar is, kunt u de dweil aan een telescopische steel bevestigen.

Spoel uw panelen niet af tijdens warme dagen. Een module kan meer dan 70 graden warm worden. Als er dan koud water op gespoten wordt, kan het temperatuurverschil kleine barstjes in de glasplaat veroorzaken.

Moet ik een gespecialiseerde onderhoudsfirma inschakelen?

Er zijn onderhoudsfirma’s die uw panelen proper houden. De kost van het geringe rendementsverlies weegt meestal niet op tegen de kost van zo een onderhoud.

Let ook op voor onderhoudsfirma’s die, vaak op een warme zonovergoten dag, uw zonnepanelen gratis komen reinigen ter demonstratie. Na het reinigen zult u een merkbare verhoging van het rendement zien, maar dit is slechts tijdelijk. Deze rendementsverhoging wordt niet veroorzaakt door een proper paneel, maar door het koelend effect van het water. Een zonnepaneel werkt immers minder efficiënt bij hoge temperaturen. Op die manier proberen zulke firma’s u een duur onderhoudscontract te verkopen waar u eigenlijk zo goed als niets aan hebt.

Wat moet ik doen bij sneeuwval?

Een dikke laag sneeuw op de zonnepanelen haalt het rendement naar omlaag. Begin echter niet bij elke sneeuwbui de panelen schoon te maken. Als de winterzon schijnt, zult u zien dat de laag sneeuw snel weer verdwijnt. Als er sprake is van een heuse winterprik en de sneeuwlaag voor een langere tijd op de panelen blijft liggen, is rendementsverlies wel mogelijk. De vraag is echter of het nodig is om op een (spekglad) dak te kruipen om de sneeuw weg te halen. In vele gevallen, zeker in ons klimaat, is het antwoord nee. Het tijdelijk rendementsverlies is het niet waard om zelf gevaar te lopen. Als de installatie makkelijk toegankelijk is, zoals bij sommige platte daken, kunt u dit natuurlijk wel doen. Maak dan gebruik van een wisser (aftrekker) en wollen dweil om de panelen sneeuwvrij te maken. Met een telescopische wisser kunt u in sommige gevallen ook de panelen sneeuwvrij maken op moeilijker bereikbare plaatsen.

Hoe van energieleverancier veranderen als eigenaar van zonnepanelen?

Overschakelen naar een andere energieleverancier heeft geen invloed op de uitbetaling of op de looptijd van uw groenestroomcertificaten.

Als u zonnepanelen bezit en van leverancier verandert, doet u dat best op het moment van de jaarlijkse meteropname door uw netbeheerder. Anders ontvangt u een tussentijdse afrekening die ervoor kan zorgen dat u één jaar geen voordeel hebt van uw terugdraaiende teller.

Bron: VREG

Mijn (huis met) zonnepanelen verkopen. Hoe regel ik dat?

Als zonnepanelen van eigenaar veranderen, moeten de vorige en de nieuwe eigenaar samen een formulier invullen en ondertekenen en het per post aan Infrax bezorgen:

In geval van overlijden vult enkel de erfgenaam het formulier in.

Als de eigendomsoverdracht doorgaat, moet de nieuwe eigenaar zich bij Infrax aanmelden via Mijn Infrax . De logingegevens van de vorige eigenaar kunnen niet langer gebruikt worden.
Het is dus niet nodig om de logingegevens door te geven van de vorige naar de nieuwe eigenaar.

De toekenning van groenestroomcertificaten blijft onveranderd doorgaan: de minimumsteun verandert niet en de periode van minimumsteun loopt gewoon door.

Geen akkoord tussen de vorige en de nieuwe eigenaar?

Als nieuwe eigenaar voeg je een officieel document bij het formulier. Het document verduidelijkt wie de (nieuwe) eigenaar van de zonnepanelen is. Dit kan aan de hand van volgende documenten:

  • een notariële akte van vereffening/verdeling
  • een koopakte van de woning
  • een akte of vonnis van de echtscheiding
  • een afschrift van de overlijdingsakte (vorige eigenaar)

Zijn de zonnepanelen niet vermeld in de koop- of echtscheidingsakte, dan worden zij aanzien als een onroerend goed en behoren ze tot de woning.

Bron: Infrax

Wat als ik verhuis en mijn zonnepanelen meeneem?

Als je verhuist en de volledige installatie meeneemt (zonnepanelen, omvormer(s) en productiemeter), moet je na de verhuis het nieuwe adres van de installatie aan Infrax melden.

  • Vergeet geen nieuwe AREI-keuring te laten uitvoeren op het nieuwe adres.
  • Bezorg spoedig een kopie van deze keuring aan Infrax.
  • Vermeld hierbij duidelijk dat het om de verhuis van een bestaande installatie gaat.

De minimumsteun verandert niet en de periode van minimumsteun loopt gewoon door op voorwaarde dat je de installatie verhuist in zijn totaliteit.
Het opsplitsen van bestaande installaties in verschillende onafhankelijke kleinere installaties is niet toegestaan.
Het is eveneens niet toegestaan om onderdelen van de installatie (omvormer, productiemeter of panelen) te vervangen naar aanleiding van een verhuis.

Let op:
Bepaalde installaties krijgen geen groenstroomcertificaten meer. Dit geldt bijvoorbeeld voor installaties die verhuisd worden naar kantoor- of schoolgebouwen die nieuw gebouwd of ingrijpend verbouwd worden om te voldoen aan de EPB-voorwaarden. Als de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning ingediend is vanaf 2013 (of voor woongebouwen vanaf 2014) vervalt het recht op groenstroomcertificaten. Zie punt 3.3.3 van het Vlaams Decreet mededeling MEDE-2014-03.

Meld je verhuis aan Infrax via Mijn Infrax

Bron: Infrax

Kan je als appartementseigenaar zonnepanelen op het dak leggen?

Je kan niet zelf beslissen

Het dak van het appartementsgebouw behoort in principe tot de gemene delen van dat gebouw. Als eigenaar van een appartement mag je niet alleen beslissen om op het dak zonnepanelen te leggen. Je mag dat zelfs niet doen als je eigenaar bent van het dakappartement. Je kan al evenmin een beperkt deel van het dak (overeenstemmend met je aandeel in de gemene delen) hiervoor gebruiken.

De algemene vergadering beslist

Wil je toch zonnepanelen leggen informeer dan even bij de gemeente of er geen bezwaren zijn. Kijk tevens na of de basisakte het plaatsen van constructies op het dak niet verbiedt. Als dat allemaal geen probleem vormt heb je ook nog de toestemming van de algemene van mede-eigenaars nodig. Die beslist met een 3/4e meerderheid van stemmen.

Laat het onderwerp agenderen

Ben je geïnteresseerd in het plaatsen van zonnepanelen, laat die discussie dan op de agenda van de algemene vergadering zetten. Je kan dat vragen aan de syndicus. Om de andere eigenaars toe te laten met kennis van zaken te beslissen kan je een aantal offertes opvragen die je laat meesturen met de oproeping van de algemene vergadering.

Je kan om de toestemming te krijgen ook eventueel aanbieden een gebruiksvergoeding te betalen aan de vereniging van mede-eigenaars.

Bron: Knack

1. Wie moet het prosumententarief betalen?

Het prosumententarief wordt aangerekend via de elektriciteitsfactuur. Diegene die elektriciteit verbruikt op het adres waar de decentrale productie-installatie (zonnepanelen, windmolens en WKK-installaties kleiner dan 10 kW en met terugdraaiende teller) ligt, de netgebruiker dus, moet betalen.

Het is dus niet noodzakelijk de eigenaar van de decentrale productie-installatie die het prosumententarief betaalt. Als u huurder bent van een woning waarop een decentrale productie-installatie zoals zonnepanelen liggen of u verhuurt het dak van uw woning aan een bedrijf die er bijvoorbeeld zonnepanelen op plaatste, dan betaalt u als gebruiker.

Bron: VREG

2. Waarom wordt een prosumententarief aangerekend?

Consumenten die zelf energie opwekken dragen op dit moment niet bij aan het gebruik van het net (of slechts in de mate dat ze netto nog stroom afnemen). Hierdoor worden deze netkosten momenteel vooral gedragen door traditionele netgebruikers die geen decentrale productie-installatie (zonnepanelen, WKK of windmolen kleiner dan 10 kW) hebben, terwijl de prosumenten het net in twee richtingen gebruiken (afname en injectie). De maatregel is erop gericht om dit verschil recht te trekken zodat de netkosten verdeeld worden over iedereen die van het net gebruikmaakt.

Bron: VREG

3. Hoe wordt het prosumententarief berekend?

Hiervoor verwijzen wij naar de tariefbeslissingen van de VREG per distributienetbeheerder. Die vindt u op www.vreg.be/beslissingen. Het gaat om de beslissingen met nummers BESL-2014-27 tot en met BESL-2014-48.

Voor de bepaling van het prosumententarief wordt per distributienetbeheerder gestart van de beste raming van het gemiddelde verbruik van de netgebruikers die nu (juni 2015) pv-installaties hebben op het moment dat ze nog geen pv-installaties hadden geïnstalleerd d.m.v. hun verbruiken in 2008. Vervolgens wordt per netgebied rekening gehouden met de grootte van een gemiddelde installatie (= 10 kW vermogen en terugdraaiende teller) vanaf 31 december 2013.

De globale gelijktijdigheid tussen productie en verbruik wordt bepaald op 28%. Het aantal uren (benuttiging) wordt bepaald op 900 uur. Dit betekent dat er in 72% van de gevallen elektriciteit wordt opgewekt die niet op hetzelfde moment wordt verbruikt. Deze elektriciteit wordt op het distributienet geïnjecteerd en er op een later moment weer van afgenomen.

De netto afgenomen (en dus gemeten) elektriciteit door deze netgebruikers wordt mee opgenomen bij de kWh voor de bepaling van de tarieven afname van de klantengroep laagspanning. Dit betekent dat deze klanten naast het prosumententarief ook nog distributienettarieven moeten betalen op de gemeten, afgenomen elektriciteit. Deze tarieven worden berekend op basis van de netto kWh (= afname – injectie).

Bron: VREG

4. Hoeveel bedraagt het prosumententarief?

De hoogte van het prosumententarief verschilt per netgebied en is afhankelijk van het vermogen van de omvormer(s) van de installatie. Hoe groter het vermogen, hoe meer de prosument betaalt voor het gebruik van het distributienet. Er werd gekozen voor het vermogen van de omvormer omdat dit volgens de VREG de beste indicator is om de maximale impact die een installatie op de werking van het net kan hebben, weergeeft.

Om te weten wat de hoogte van het prosumententarief is, dient het vermogen van de omvormer(s) vermenigvuldigd te worden met het bedrag van het betreffende netgebied.

Voorbeeld: installatie van 2,9 kW in Inter-Energa gebied: 2,9 kW x € 89,87 = € 260,62 (incl. btw)

NetbeheerderTarief 1/1/2017 – 31/12/2017
(incl. 21% BTW)
Inter-Energa€ 89,87
Infrax West€ 98,69
Iveg€ 114,05
PBE€ 96,72
Gaselwest€ 128,15
Imea€ 97,99
Imewo€ 104,88
Iveka€ 107,09
Iverlek€ 104,89
Intergem€ 93,36
Sibelgas€ 112,71

Op de website van de VREG vindt u wie uw netbeheerder is: www.vreg.be/nl/wie-is-uw-netbeheerder 

Bron: VREG

5. Vanaf wanneer wordt het prosumententarief aangerekend?

De aanrekening verloopt via de factuur van de energieleverancier en start op 1 juli 2015. In 2015 wordt dus maar de helft van het jaarbedrag gefactureerd. Tegelijkertijd loopt er een rechtszaak tegen het prosumententarief. Omdat daarin nog geen uitspraak is gedaan, geldt 1 juli 2015 toch als startdatum.

Bronnen: VREG

6. Hoe wordt het prosumententarief aangerekend?

Via uw energiefactuur.
Uw energieleverancier rekent het prosumententarief aan via de voorschotfactuur of de jaarafrekening. De aanrekening startte op 1 juli 2015 en wordt pro rata aangerekend op basis van het aantal dagen van de verbruiksperiode.
Bron: VREG

7. Waarom krijg ik geen extra vergoeding voor de stroom die ik op het net injecteer?

De netinfrastructuur en de energie die via het net wordt verdeeld, worden apart van elkaar behandeld. Dit is een gevolg van de door Europa opgelegde ontvlechting van enerzijds de productie en verkoop van energie en anderzijds het netbeheer. Er is daarom een onderscheid op de factuur tussen het tarief voor het gebruik van het distributienet (het distributienettarief) en de prijs die de leverancier aanrekent voor de afgenomen energie.

Het is in principe mogelijk om de zelfopgewekte energie te verkopen maar de VREG stelt vast dat daarvoor nu nog geen markt is. Bovendien is hiervoor een afzonderlijke meting van de injectie noodzakelijk.

Aan de andere kant brengt de leverancier de geïnjecteerde hoeveelheid elektriciteit in mindering van de afgenomen hoeveelheid energie omwille van de terugdraaiende teller. Op deze manier krijgen prosumenten indirect toch een vergoeding per kWh die gelijk is aan de kostprijs per kWh van de door afgenomen energie, stelt de VREG. Dit is normaal een gunstige regeling voor de prosument, omdat marktprijzen voor energie bij zonneschijn meestal lager liggen dan deze bij gebrek aan zonneschijn. Deze regeling is wel begrensd tot de afgenomen energie per tariefperiode tussen twee meteropnames. Wat meer wordt geïnjecteerd, brengt de distributienetbeheerder in mindering van zijn netverliezen. Hiervoor krijgt de prosument geen vergoeding.

Bron: VREG

8. Ik betaal al een distributienettarief op mijn verbruik. Moet ik nog een extra vergoeding betalen?

Ja, naast het ‘gewone’ distributienettarief op het nettoverbruik, moet een prosument een bijkomend tarief moeten betalen dat is gebaseerd op het vermogen van de omvormer(s).

Bron: VREG

9. Waarom wordt het prosumententarief berekend o.b.v. het vermogen van de omvormer(s) en niet o.b.v. het geproduceerd aantal kWh?

Volgens de VREG zijn het aantal kW van de installatie of het geproduceerd aantal kWh van de installatie niet de tariefdragers die de kost voor de netbeheerders het best weerspiegelen, maar is het vermogen van de omvormer dat wel. Deze waarde is altijd kleiner dan of gelijk aan de capaciteit van de aansluiting, maar wordt afgesteld op de grootte van de achterliggende productie-installatie.

De VREG stelt dat 80 procent van de Vlaamse pv-installaties kleiner dan 10 kW een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) heeft dat lager ligt dan het piekvermogen van de installatie. Het is dus voor 80 procent van de pv-eigenaars gunstiger dat het vermogen van de omvormer(s) genomen wordt dan het vermogen van de pv-panelen, aldus de VREG.

Bron: VREG

10. Ik heb geen recht op groenestroomcertificaten. Moet ik dan toch het prosumentarief betalen?

De VREG maakt geen onderscheid tussen prosumenten met terugdraaiende teller die groenestroomcertificaten krijgen en prosumenten die geen groenestroomcertificaten meer krijgen. Iedere prosument maakt immers gebruik van het distributienet. Daarom moeten alle prosumenten het tarief betalen.

Bron: VREG

11. Liep er geen rechtszaak tegen het prosumententarief? Waarom moet ik dan toch al betalen?

Er loopt een rechtszaak gestart tegen het prosumententarief. Het prosumententarief zou ingaan op 1 juli 2015. Omdat er op dat moment nog geen uitspraak is geweest in de rechtszaak, kunnen de energieleveranciers het prosumententarief wel al aanrekenen.

Bron: VREG

12. Waar kan ik een beroep indienen tegen de beslissingen van de VREG rond het prosumententarief?

Het is niet meer mogelijk om in beroep te gaan tegen de tariefmethodologie en de tariefbeslissingen. Een verzoekschrift tot nietigverklaring kon worden ingediend bij de Raad van State binnen de zestig dagen na de datum van bekendmaking van de tariefmethodologie (7 oktober 2014) en binnen de zestig dagen na de bekendmaking van de tariefbeslissing (19 december 2014).

Er loopt echter wel een rechtszaak tegen het prosumententarief. Het prosumententarief zou ingaan op 1 juli 2015. Omdat er op dat moment nog geen uitspraak is geweest in de rechtszaak, kunnen de energieleveranciers het prosumententarief wel al aanrekenen.

Bron: VREG

13. Moeten grote bedrijven ook het prosumententarief betalen?

Ook bedrijven met een decentrale productie-installatie betalen distributienettarieven. Zij hebben meestal een bidirectionele meter en betalen dan zowel een tarief voor injectie als voor afname, naargelang de klantengroep en aansluitingstype waartoe ze behoren.

Bron: VREG

14. Ik heb recht op het sociaal tarief. Moet ik het prosumententarief betalen?

Nee. Het prosumententarief is een distributienettarief dat wordt uitgedrukt in kW. Dit kan niet aan klanten worden aangerekend die recht hebben op het sociaal tarief (berekend en gepubliceerd door de CREG), want de sociale maximumprijs wordt uitgedrukt in euro/kWh en biedt geen ruimte voor een capaciteitstarief uitgedrukt in euro/kW. Het prosumententarief mag dus door de leveranciers niet worden aangerekend aan netgebruikers die het sociaal tarief genieten.

Bron: VREG

15. Ik heb een zonnepaneleninstallatie met batterijen en terugdraaiende teller. Moet ik betalen?

Ja. De batterijsystemen op de markt werken doorgaans netgekoppeld of voorzien de mogelijkheid om de binneninstallatie met het net te koppelen. In beide gevallen moet het net voldoende capaciteit hebben om de stroom (in geval er geen pv-productie is en de batterij niet opgeladen) tot bij de klant te verdelen en is een nettarief op basis van het omvormervermogen gerechtvaardigd. Bij volledige eilandwerking waarbij het net nooit gebruikt wordt) is er geen nettarief verschuldigd.

Bron: VREG

16. Kan ik kiezen voor een slimme meter of een meter die niet meer terugdraait?

Als u een terugdraaiende meter hebt, is er geen aparte meting van wat u op het net injecteert en wat u van het net afneemt. Het is voor deze groep van zonnepaneleneigenaars dat er een prosumententarief is vastgesteld.

Een bidirectionele meter houdt wel bij wat een prosument werkelijk afneemt en verbruikt. Dan betaalt u geen prosumententarief. U betaalt dan wel de distributiekosten op elke kWh die u van het net afneemt.

Een tarief met directionele meter is enkel goedkoper dan het prosumententarief als u minstens 30 procent van uw zelf opgewekte stroom onmiddellijk verbruikt volgens externe berekeningen. Bovendien is er niet te voorspellen wat er in de toekomst met deze tarieven gebeurt.

Toch een bidirectionele meter plaatsen? Om te weten wat een metervervanging kost, neemt u best contact op met uw distributienetbeheerder. Wat u zal betalen aan uw leverancier voor het gedeelte afname én injectie hangt af van uw leverancier. Uw leverancier is echter niet verplicht om de injectie te compenseren met de afname.

Bron: VREG

17. Waarom verschilt het prosumententarief van netgebied tot netgebied?

Het prosumententarief is een tarief dat alleen bedoeld is voor dat deel van de energie die wel van het net werd afgenomen, maar door de terugdraaiing van de teller niet werd gemeten. Het prosumententarief staat dus in verhouding tot de normale tarieven voor afname van stroom. Als de distributienettarieven in een netgebied hoger liggen dan in een ander netgebied, dan zal zich dat ook weerspiegelen in een hoger prosumententarief.

De distributienettarieven weerspiegelen de kosten van de distributienetbeheerder, verdeeld over de klantengroepen (laagspanning, middenspanning…) en volgens de verwachte verbruikvolumes van de klanten van de distributienetbeheerder. De kosten, het type klanten en het energieverbruik van de klanten spelen dus allemaal mee in de vaststelling van het tarief. Dat zorgt voor verschillen.

Belangrijk is echter dat de distributienettarieven per distributienetbeheerder zijn kosten weerspiegelen. Men betaalt met andere woorden wat het kost. De kosten wordt onder andere bepaald door de waarde van het netwerk van de distributienetbeheerder (afschrijvingskosten en kapitaalkosten), dus de investeringen die hij heeft gedaan. Daarnaast zijn er nog de andere kosten, zoals de operationele kosten.

De verschillen hangen ook samen met de omvang van de openbaredienstverplichtingen die zijn opgelegd aan de netbeheerders. De belangrijkste is de verplichting van de netbeheerders om steuncertificaten op te kopen aan minimumprijzen.

 

Bron: VREG

1. Hoeveel geluid produceert een airco-warmtepomp?

Weinig, onze modellen produceren tussen 20 en 40 decibel. Om u een beeld te geven, het geristel van bladeren bedraagt 21 dB, gefluister 30 dB en zacht praten in een rustige ruimte gaat richting de 40 dB. Letterlijk een fluisterstille werking dus.

2. Is de lucht die een airco-warmtepomp verspreidt niet heel droog?

Nee, dat is niet het geval bij de modellen die Intellisol aanbiedt. Comfort staat voorop en om dat te bereiken, beschikken de toestellen over tal van mogelijkheden. Zo wordt de luchtstroom gesplitst of op andere manieren verdeeld als u zich vlakbij het toestel bevindt zodat u niet direct in een sterke luchtstroom zit. Ook bieden we de mogelijkheid van een intelligente sensor die de ruimte scant en driedimensionaal verdeelt. De sensor past de klimaatregeling aan volgens de plaats waar de mensen zich in de ruimte bevinden en activeert de energiespaarmodus als de ruimte verlaten is. Zo zijn er tal van manieren om het comfort te bevorderen. Vraag ons naar de mogelijkheden.

3. Wat is het verschil tussen een airco en een airco-warmtepomp?

Om het heel zwart-wit uit te leggen: een airco koelt en een airco-warmtepomp koelt én verwarmt. Met andere woorden, een airco-warmtepomp kunt u het hele jaar door inzetten om u van de ideale omgevingslucht en -temperatuur te voorzien.

4. Hoe schoon is de lucht van een airco-warmtepomp?

De toestellen die Intellisol aanbiedt, zorgen voor gezonde lucht. Om een voorbeeld te geven: u kunt kiezen voor een systeem met een anti-allergie enzymenfilter dat deeltjes tegenhoudt van 0,01 micron, een duizendste deel van een millimeter. Op de filter is een enzym aangebracht dat allergenen onschadelijk maakt. Intellisol biedt ook systemen die maar liefst 99% van de virussen en bacteriën en 98% van de pollen uit de lucht haalt. Dus om antwoord te geven op de vraag: heel schoon.

5. Heeft een airco-warmtepomp veel onderhoud nodig?

Een lucht-lucht of lucht-water warmtepomp heeft zeer weinig onderhoud nodig. U moet enkel zorgen dat er zich geen stof of bladeren ophopen aan de buitenunit. Dit kan de aanzuiging verstoren.

6. Hoeveel verbruikt een airco-warmtepomp?

Op jaarbasis is dat moeilijk te zeggen, want het verbruik is afhankelijk van de mate waarin de airco gebruikt wordt en dat is weer afhankelijk van zaken als uw persoonlijke behoeften en de ligging en isolatiewaarde van uw huis. Maar als we het per kW bekijken, kunnen we wel heel duidelijk zijn. Voor iedere 4 kW die de airco nodig heeft, haalt het toestel 3 kW aan energie uit omgevingslucht en 1 kW van het elektriciteitsnet. Dat betekent dus een besparing van 75% t.o.v. traditionele systemen! Als die ene kilowatt energie ook nog eens geleverd wordt door uw zonnepaneleninstallatie, profiteert u van stroom, koeling én opwarming van eigen kweek.

7. Wat betekent COP?

COP (Coefficient Of Performance) is een waarde die de efficiëntie van de warmtepomp aangeeft. Hoe hoger de COP, hoe efficiënter de installatie. Bij een COP van 4 zal uw warmtepomp bijvoorbeeld 4 kW aan verwarming opwekken, terwijl er slechts 1 kWh aan elektriciteit verbruikt wordt.

8. Wat betekent SCOP?

De COP waarde geeft de efficiëntie van de warmtepomp weer bij een bepaalde buitentemperatuur. Doorheen het jaar schommelt de temperatuur natuurlijk, dus ook de efficiëntie van de warmtepomp.

SCOP (Seasonal Coefficient Of Performance) is een waarde die de efficiëntie van de warmtepomp doorheen het volledige stookseizoen weergeeft. Deze waarde kan verschillen naargelang de klimaatzone waarin u zich bevindt.

1. Wat is het verschil tussen een warmtepomp, warmtepompboiler en zonneboiler?

Een warmtepomp is een apparaat dat de lucht in een ruimte op milieuvriendelijke wijze verwarmt, omdat hij werkt op energie uit omgevingslucht of -water. Dit is mogelijk door een natuurkundig principe waarbij een koelmiddel onder druk rondgepompt wordt, en op de juiste momenten afkoelt (warmte loslaat in de omgeving) en opwarmt (warmte opneemt om in een later stadium af te staan aan de omgeving).

Met dit principe kunnen we ook sanitair water verwarmen. Dan spreken we over een warmtepompboiler. Een warmtepompboiler kan zowel op het elektriciteitsnet als op een zonnepaneleninstallatie aangesloten worden en kan energie opslaan, zodat u ook in minder zonnige perioden over zo duurzaam mogelijk verwarmd water beschikt.

Een zonneboiler maakt gebruik van thermische in plaats van fotovoltaïsche panelen. Deze produceren warmte in plaats van elektriciteit. Het nadeel van dit systeem is dat er in de winter niet genoeg zon is om het sanitair water te verwarmen, en er in de zomer veel meer warmte beschikbaar is dan er verbruikt wordt.

2. Heb ik recht op subsidie op mijn warmtepompboiler?

Nee, op een warmtepompboiler zitten geen subsidies of fiscale voordelen. Maar misschien hebt u wel recht op bijvoorbeeld een renovatiepremie. U kunt dit nakijken op www.bouwenenwonen.be, www.hetportaal.be of www.energiesparen.be.

3. Welke garantie zit er op jullie warmtepompboilers?

U krijgt vijf jaar garantie op het reservoir en drie jaar op de onderdelen.

4. Hoeveel bespaar ik met een warmtepompboiler?

Minstens 30% als u nu een verwarming hebt op gas of stookolie. Ten opzichte van een elektrische boiler kan uw besparing oplopen tot 70%.

5. Hoeveel onderhoud vergt een warmtepompboiler?

De warmtepompboilers in ons assortiment vereisen geen onderhoud dankzij het reservoir van geëmailleerd staal. Het is natuurlijk wel belangrijk dat de boiler ongehinderd lucht kan aanzuigen en dat die plek vrij blijft van boombladeren en andere obstakels.

6. Maakt een warmtepompboiler geluid?

Ongeveer net zoveel geluid als zacht geroezemoes in een klas of gefluister op een paar meter afstand, namelijk circa 39 dB.

7. Wat is het verschil tussen een monoblock- en split-uitvoering?

Een monoblock is een warmtepompboilersysteem dat uit één geheel bestaat. Het gedeelte waarmee de warmtepompboiler lucht aanzuigt, is dus geïntegreerd in het complete systeem. Dit betekent dat de boiler geplaatst moet worden in een ruimte die meer dan 10 m² is en grenst aan een buitenwand. Het is ook mogelijk om te kiezen voor een versie waarbij de luchtaanzuiging in de buitenlucht gebeurt en het reservoir binnenshuis geplaatst wordt: de split-uitvoering.

8. Ik wil een warmtepompboiler laten werken op (het stroomoverschot van) mijn zonnepaneleninstallatie. Hoeveel kW verbruikt een warmtepompboiler (en moet ik dus overhebben)?

Op jaarbasis verbruikt een warmtepompboiler met een reservoir van 300 liter circa 800 kW. Voor een boiler met een reservoir van 250 liter is dat circa 700 kW, voor 200 liter mag u rekenen op circa 500 kW, en voor 150 liter op circa 250 kW.

9. Als er buitenlucht gebruikt wordt, beschik ik dan ook in hartje winter over warm water?

Onze warmtepompboilers werken perfect bij temperaturen tussen -5 °C en 35 °C, waartussen de gemiddelde Belgische temperaturen zich zeker bevinden. Bij hogere of lagere temperaturen loopt het rendement iets terug.

1. Waarom zou ik kiezen voor ledverlichting?

  • Energiezuinig: een ledlamp zet 90% van de energie om in licht en slechts 10% in warmte. Dit maakt leds zuiniger dan andere soorten verlichting.
  • Lange levensduur: de meeste ledlampen hebben een levensduur van 20.000 branduren of meer.
  • Ledlampen moeten niet opwarmen en geven dus meteen hun maximale lichtsterkte.
  • Schokbestendig.

2. Zijn energiebesparende lampen duurder dan gloeilampen?

In aankoop wel, maar uiteindelijk in verhouding niet. T5- en ledlampen gaan 6 tot 10 keer langer mee dan conventionele gloeilampen. Ook verbruiken ze ongeveer een vijfde van de elektriciteit. Een energiebesparende lamp van 23 W die 6 jaar meegaat, is ongeveer € 100 goedkoper dan het gebruik van meerdere conventionele gloeilampen van 80 W gedurende dezelfde periode (uitgaande van energiekosten van € 0,136 kWh).

3. Klopt het dat ledlampen ongezellig blauw of wit licht schijnen?

De allereerste ledlampen stonden daar inderdaad om bekend, maar intussen heeft de ontwikkeling van led reusachtige stappen voorwaarts gezet. Ledlampen zijn in alle soorten, maten en kleuren verkrijgbaar. Dus in zachte, warme tinten, frisse tonen en alles wat daar tussen zit. Niet voor niets maken we een lichtplan dat perfect bij u past, ook qua lichtkleur. Dat ledlampen kil licht schijnen, is een achterhaald idee.

4. Kun je ledlampen dimmen?

Ja, als dit is aangegeven zijn ledlampen dimbaar.

1. Hoeveel putten zijn er nodig?

Het aantal putboringen is afhankelijk van de warmtebehoefte van uw woning en de warmtegeleidbaarheid van de ondergrond. Voor een gemiddelde nieuwbouwwoning hebt u ongeveer 150 tot 200m boormeter nodig. Dit kan verdeeld worden over twee tot drie geothermische boringen.

2. Is er veel plaats nodig voor een putboring?

Tussen elke boring is er zes tot zeven meter afstand nodig zodat de putten elkaar niet beïnvloeden. De locatie waar er geboord moet worden, moet goed bereikbaar zijn.

3. Heb je een milieuvergunning nodig?

Voor een gesloten systeem ben je niet meldings- of vergunningsplichtig wanneer de diepte berperkt blijft tot maximaal het dieptecentrum. U kunt het dieptecentrum voor uw locatie zelf nakijken op de website van Databank Ondergrond Vlaanderen.

Als grondwater (met pomp- en retourput) als warmtebron gebruikt wordt, is er een vergunningplicht.

4. Kan de warmtepomp ook ingezet worden voor sanitair warm water?

Ja. Ook het sanitair water kan verwarmd worden met een geothermische warmtepomp.

5. Kan ik ook koelen met geothermie?

Ja, en zelfs passief koelen. Dit heeft geen negatieve invloed op het E-peil van de woning en verbruikt zeer weinig energie.

Het is zelfs aan te raden om in de zomer gebruik te maken van de koelfunctie. Op deze manier worden de putten geregenereerd met warmte die je in de winter weer kan gebruiken.

6. Waarom wordt een geothermische warmtepomp vaak in combinatie met vloerverwarming gebruikt?

Het rendement van elke warmtepomp is hoger bij lage aanvoertemperaturen. Volgende verwarmingslichamen zijn hiervoor geschikt:

  • LT-radiatoren (overgedimensioneerde radiatoren)
  • LT-convectors (groter dan standaard convectors)
  • Wand-, vloer- of plafondverwarming (leidingen zijn verwerkt in wand, vloer of plafond)

Zeker bij nieuwbouw wordt er het meest gebruik gemaakt van vloerverwarming omdat dit systeem het meeste comfort biedt.

1. Wat is het E-peil?

Het E-peil is een maat voor de energieprestatie van een woning en de vaste installaties ervan in standaardomstandigheden. Hoe lager het E-peil, hoe energiezuiniger de woning is.

2. Door wat wordt het E-peil bepaald?

  • Het K-peil. Als een gebouw beter geïsoleerd wordt, heeft dit ook een positieve impact op het E-peil.
  • Het ventilatiesysteem.
  • Het verwarmingssysteem.
  • De luchtdichtheid van een gebouw. Normaal wordt er in een EPB-berekening gerekend met een lekdebiet (warme lucht die men kwijt geraakt via allerlei kieren en spleten in het gebouw) van 12 m³/h per m² verliesoppervlak. Men kan het lekdebiet ook opmeten met behulp van een blowerdoortest.
  • Het elektrisch verbruik van de pompen die water laten circuleren en de ventilatoren van het ventilatiesysteem.
  • Hernieuwbare energie systemen (PV installatie, zonneboiler, …).

3. Welk E-peil moet mijn nieuwbouwwoning behalen?

De E-peileisen veranderen naargelang het jaartal waarop de bouwaanvraag is ingediend.

2016-2017: Maximaal E50

2018-2019: Maximaal E40

2020: Maximaal E35

2021: Maximaal E30 (BEN)

4. Hoeveel bedraagt de E-peil premie?

Door de hervorming van de energiepremies zal de E-peilpremie niet meer aangevraagd kunnen worden voor bouwaanvragen met indiendatum vanaf 1 januari 2017. Deze premie kan enkel nog aangevraagd worden voor bouwaanvragen met indiendatum tot 31 december 2016. De datum waarop u het energieprestatiecertificaat (EPC) met het E-peil krijgt, mag gerust na 31 december 2016 vallen.

Bouwaanvraag ingediendE-peilBedrag
vóór 01-01-2010E80 – E61400 euro voor E80 (+ 30 euro per E-peilpuntverlaging)
E60 – E411000 euro voor E60 (+ 40 euro per E-peilpuntverlaging)
E40 of lager1800 euro voor E40 (+ 50 euro per E-peilpuntverlaging)
van 1-1-2010 tot 31-12-2011E60 – E411000 euro voor E60 (+ 40 euro per E-peilpuntverlaging)
E40 of lager1800 euro voor E40 (+ 50 euro per E-peilpuntverlaging)
van 1-1-2012 tot 31-12-2013E50 – E411400 euro voor E50 (+ 40 euro per E-peilpuntverlaging)
E40 of lager1800 euro voor E40 (+ 50 euro per E-peilpuntverlaging)
van 1-1-2014 tot 31-12-2014E40 of lager1800 euro voor E40 (+ 50 euro per E-peilpuntverlaging)
van 1-1-2015 tot 31-12-2015E30 of lager1800 euro voor E30 (+ 50 euro per E-peilpuntverlaging)
van 1-1-2016 tot 31-12-2016E20 of lager1800 euro voor E20 (+ 50 euro per E-peilpuntverlaging)

5. Hoeveel bedraagt de vermindering van de onroerende voorheffing voor energiezuinige gebouwen?

Aanvraag stedenbouwkundige vergunning

 

Periode

 

Vermindering

Max. E-peil bij nieuwbouw of gelijkgesteld

 

Max. E-peil na ingrijpende energetische renovatie

 

 

Voor 1/1/2013

10 jaar

20%

woningen: E60

niet van toepassing

andere gebouwen: E70

40%

E40

tussen 1/1/2013 en 31/12/2013

5 jaar

50%

E50

100%

E30

tussen 1/1/2014 en 31/12/2015

5 jaar

50%

E40

100%

E30
tussen 1/1/2016 en 30/9/2016

5 jaar

50%

E30

100%

E20

vanaf 1/10/2016

5 jaar

50%

E30

E90

100%

E20

E60

 

Bron en meer informatie: Vlaanderen

+32 (0)89.355.300

info@intellisol.be

Maastrichtersteenweg 163a, 3680 Maaseik (België)

Maandag - Vrijdag: 9.00 - 17.00

Bent u benieuwd wat Intellisol voor u kan betekenen? Of wilt u een storing melden? Bereik ons dan via onderstaand formulier. Maar u kunt natuurlijk ook even bellen. We helpen u graag verder.

Hebt u een vraag? Op de pagina ‘Veelgestelde vragen’ vindt u wellicht een antwoord.